ideologiseren – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of ideologiseren

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: ideologiseren
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: ideologiserend
Past participle - Verleden deelwoord: geïdeologiseerd

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikideologiseer
jijideologiseert
hijideologiseert
wijideologiseren
jullieideologiseren
zijideologiseren

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb geïdeologiseerd
jijhebt geïdeologiseerd
hijheeft geïdeologiseerd
wijhebben geïdeologiseerd
julliehebben geïdeologiseerd
zijhebben geïdeologiseerd

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikideologiseerde
jijideologiseerde
hijideologiseerde
wijideologiseerden
jullieideologiseerden
zijideologiseerden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad geïdeologiseerd
jijhad geïdeologiseerd
hijhad geïdeologiseerd
wijhadden geïdeologiseerd
julliehadden geïdeologiseerd
zijhadden geïdeologiseerd

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal ideologiseren
jijzult ideologiseren
hijzal ideologiseren
wijzullen ideologiseren
julliezullen ideologiseren
zijzullen ideologiseren

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal geïdeologiseerd hebben
jijzult geïdeologiseerd hebben
hijzal geïdeologiseerd hebben
wijzullen geïdeologiseerd hebben
julliezullen geïdeologiseerd hebben
zijzullen geïdeologiseerd hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou ideologiseren
jijzou ideologiseren
hijzou ideologiseren
wijzouden ideologiseren
julliezouden ideologiseren
zijzouden ideologiseren

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou geïdeologiseerd hebben
jijzou geïdeologiseerd hebben
hijzou geïdeologiseerd hebben
wijzouden geïdeologiseerd hebben
julliezouden geïdeologiseerd hebben
zijzouden geïdeologiseerd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijideologiseer

Translations

Synonyms & Antonyms

Sample Sentences

Etymology

Additional Information