depolariseren – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of depolariseren

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: depolariseren
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: depolariserend
Past participle - Verleden deelwoord: gedepolariseerd

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikdepolariseer
jijdepolariseert
hijdepolariseert
wijdepolariseren
julliedepolariseren
zijdepolariseren

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb gedepolariseerd
jijhebt gedepolariseerd
hijheeft gedepolariseerd
wijhebben gedepolariseerd
julliehebben gedepolariseerd
zijhebben gedepolariseerd

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikdepolariseerde
jijdepolariseerde
hijdepolariseerde
wijdepolariseerden
julliedepolariseerden
zijdepolariseerden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad gedepolariseerd
jijhad gedepolariseerd
hijhad gedepolariseerd
wijhadden gedepolariseerd
julliehadden gedepolariseerd
zijhadden gedepolariseerd

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal depolariseren
jijzult depolariseren
hijzal depolariseren
wijzullen depolariseren
julliezullen depolariseren
zijzullen depolariseren

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal gedepolariseerd hebben
jijzult gedepolariseerd hebben
hijzal gedepolariseerd hebben
wijzullen gedepolariseerd hebben
julliezullen gedepolariseerd hebben
zijzullen gedepolariseerd hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou depolariseren
jijzou depolariseren
hijzou depolariseren
wijzouden depolariseren
julliezouden depolariseren
zijzouden depolariseren

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou gedepolariseerd hebben
jijzou gedepolariseerd hebben
hijzou gedepolariseerd hebben
wijzouden gedepolariseerd hebben
julliezouden gedepolariseerd hebben
zijzouden gedepolariseerd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijdepolariseer

Translations

Synonyms & Antonyms

Sample Sentences

Etymology

Additional Information