hommen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of hommen

The word "hommen" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: hommen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: hommend
Past participle - Verleden deelwoord: gehomd

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikhom
jijhomt
hijhomt
wijhommen
julliehommen
zijhommen

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb gehomd
jijhebt gehomd
hijheeft gehomd
wijhebben gehomd
julliehebben gehomd
zijhebben gehomd

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikhomde
jijhomde
hijhomde
wijhomden
julliehomden
zijhomden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad gehomd
jijhad gehomd
hijhad gehomd
wijhadden gehomd
julliehadden gehomd
zijhadden gehomd

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal hommen
jijzult hommen
hijzal hommen
wijzullen hommen
julliezullen hommen
zijzullen hommen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal gehomd hebben
jijzult gehomd hebben
hijzal gehomd hebben
wijzullen gehomd hebben
julliezullen gehomd hebben
zijzullen gehomd hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou hommen
jijzou hommen
hijzou hommen
wijzouden hommen
julliezouden hommen
zijzouden hommen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou gehomd hebben
jijzou gehomd hebben
hijzou gehomd hebben
wijzouden gehomd hebben
julliezouden gehomd hebben
zijzouden gehomd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijhom

Verbs similar to 'hommen'

Translations

Synonyms & Antonyms

Sample Sentences

Etymology

Verbs referencing "hommen"

English hum.

Additional Information