heractiveren – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of heractiveren

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: heractiveren
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: heractiverend
Past participle - Verleden deelwoord: hergeactiveerd

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikactiveer her
jijactiveert her
hijactiveert her
wijactiveren her
jullieactiveren her
zijactiveren her

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb hergeactiveerd
jijhebt hergeactiveerd
hijheeft hergeactiveerd
wijhebben hergeactiveerd
julliehebben hergeactiveerd
zijhebben hergeactiveerd

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikactiveerde her
jijactiveerde her
hijactiveerde her
wijactiveerden her
jullieactiveerden her
zijactiveerden her

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad hergeactiveerd
jijhad hergeactiveerd
hijhad hergeactiveerd
wijhadden hergeactiveerd
julliehadden hergeactiveerd
zijhadden hergeactiveerd

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal heractiveren
jijzult heractiveren
hijzal heractiveren
wijzullen heractiveren
julliezullen heractiveren
zijzullen heractiveren

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal hergeactiveerd hebben
jijzult hergeactiveerd hebben
hijzal hergeactiveerd hebben
wijzullen hergeactiveerd hebben
julliezullen hergeactiveerd hebben
zijzullen hergeactiveerd hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou heractiveren
jijzou heractiveren
hijzou heractiveren
wijzouden heractiveren
julliezouden heractiveren
zijzouden heractiveren

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou hergeactiveerd hebben
jijzou hergeactiveerd hebben
hijzou hergeactiveerd hebben
wijzouden hergeactiveerd hebben
julliezouden hergeactiveerd hebben
zijzouden hergeactiveerd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijactiveer her

Translations

Synonyms & Antonyms

Sample Sentences

Etymology

Additional Information