droppen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of droppen

The word "droppen" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: droppen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: droppend
Past participle - Verleden deelwoord: gedropt

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikdrop
jijdropt
hijdropt
wijdroppen
julliedroppen
zijdroppen

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb gedropt
jijhebt gedropt
hijheeft gedropt
wijhebben gedropt
julliehebben gedropt
zijhebben gedropt

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikdropte
jijdropte
hijdropte
wijdropten
julliedropten
zijdropten

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad gedropt
jijhad gedropt
hijhad gedropt
wijhadden gedropt
julliehadden gedropt
zijhadden gedropt

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal droppen
jijzult droppen
hijzal droppen
wijzullen droppen
julliezullen droppen
zijzullen droppen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal gedropt hebben
jijzult gedropt hebben
hijzal gedropt hebben
wijzullen gedropt hebben
julliezullen gedropt hebben
zijzullen gedropt hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou droppen
jijzou droppen
hijzou droppen
wijzouden droppen
julliezouden droppen
zijzouden droppen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou gedropt hebben
jijzou gedropt hebben
hijzou gedropt hebben
wijzouden gedropt hebben
julliezouden gedropt hebben
zijzouden gedropt hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijdrop

Translations

  • airdrop, to drop goods, equipment, or personnel from an aircraft
  • down, to drop
  • Synonyms & Antonyms

    Sample Sentences

    Etymology

    Borrowed from English drop. See: English 'drop'.

    Additional Information