doorsnuffelen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of doorsnuffelen

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: doorsnuffelen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: doorsnuffelend
Past participle - Verleden deelwoord: doorgesnuffeld

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

iksnuffel door
jijsnuffelt door
hijsnuffelt door
wijsnuffelen door
julliesnuffelen door
zijsnuffelen door

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb doorgesnuffeld
jijhebt doorgesnuffeld
hijheeft doorgesnuffeld
wijhebben doorgesnuffeld
julliehebben doorgesnuffeld
zijhebben doorgesnuffeld

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

iksnuffelde door
jijsnuffelde door
hijsnuffelde door
wijsnuffelden door
julliesnuffelden door
zijsnuffelden door

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad doorgesnuffeld
jijhad doorgesnuffeld
hijhad doorgesnuffeld
wijhadden doorgesnuffeld
julliehadden doorgesnuffeld
zijhadden doorgesnuffeld

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal doorsnuffelen
jijzult doorsnuffelen
hijzal doorsnuffelen
wijzullen doorsnuffelen
julliezullen doorsnuffelen
zijzullen doorsnuffelen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal doorgesnuffeld hebben
jijzult doorgesnuffeld hebben
hijzal doorgesnuffeld hebben
wijzullen doorgesnuffeld hebben
julliezullen doorgesnuffeld hebben
zijzullen doorgesnuffeld hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou doorsnuffelen
jijzou doorsnuffelen
hijzou doorsnuffelen
wijzouden doorsnuffelen
julliezouden doorsnuffelen
zijzouden doorsnuffelen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou doorgesnuffeld hebben
jijzou doorgesnuffeld hebben
hijzou doorgesnuffeld hebben
wijzouden doorgesnuffeld hebben
julliezouden doorgesnuffeld hebben
zijzouden doorgesnuffeld hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijsnuffel door

Translations

Synonyms & Antonyms

Sample Sentences

  • [...] hebben. Toen ik de twaalfde maal aan boord wilde gaan, bemerkte ik, dat de wind begon op te steken; ik ging echter met laag water aan boord, en schoon ik gedacht had, dat ik de kajuit zoo goed doorgesnuffeld had, dat ik er niets meer in vinden kon, ontdekte ik toch een kistje met laden. In eene daarvan vond ik twee of drie scheermessen en eene groote schaar, met een dozijn goede lepels en vorken; in [...] (Robinson Crusoe)

Etymology

Additional Information