doorn – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of doorn

The word "doorn" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: dooen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: dooend
Past participle - Verleden deelwoord: gedod

Cognates

See the 2 cognates of doorn

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikdo
jijdot
hijdot
wijdooen
julliedooen
zijdooen

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb gedod
jijhebt gedod
hijheeft gedod
wijhebben gedod
julliehebben gedod
zijhebben gedod

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikdode
jijdode
hijdode
wijdoden
julliedoden
zijdoden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad gedod
jijhad gedod
hijhad gedod
wijhadden gedod
julliehadden gedod
zijhadden gedod

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal dooen
jijzult dooen
hijzal dooen
wijzullen dooen
julliezullen dooen
zijzullen dooen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal gedod hebben
jijzult gedod hebben
hijzal gedod hebben
wijzullen gedod hebben
julliezullen gedod hebben
zijzullen gedod hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou dooen
jijzou dooen
hijzou dooen
wijzouden dooen
julliezouden dooen
zijzouden dooen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou gedod hebben
jijzou gedod hebben
hijzou gedod hebben
wijzouden gedod hebben
julliezouden gedod hebben
zijzouden gedod hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijdo

Verbs similar to 'doorn'

Translations

Synonyms & Antonyms

Sample Sentences

Etymology

Verbs referencing "doorn"

English thorn.

Additional Information