deprimeren – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of deprimeren

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: deprimeren
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: deprimerend
Past participle - Verleden deelwoord: gedeprimeerd

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikdeprimeer
jijdeprimeert
hijdeprimeert
wijdeprimeren
julliedeprimeren
zijdeprimeren

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb gedeprimeerd
jijhebt gedeprimeerd
hijheeft gedeprimeerd
wijhebben gedeprimeerd
julliehebben gedeprimeerd
zijhebben gedeprimeerd

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikdeprimeerde
jijdeprimeerde
hijdeprimeerde
wijdeprimeerden
julliedeprimeerden
zijdeprimeerden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad gedeprimeerd
jijhad gedeprimeerd
hijhad gedeprimeerd
wijhadden gedeprimeerd
julliehadden gedeprimeerd
zijhadden gedeprimeerd

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal deprimeren
jijzult deprimeren
hijzal deprimeren
wijzullen deprimeren
julliezullen deprimeren
zijzullen deprimeren

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal gedeprimeerd hebben
jijzult gedeprimeerd hebben
hijzal gedeprimeerd hebben
wijzullen gedeprimeerd hebben
julliezullen gedeprimeerd hebben
zijzullen gedeprimeerd hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou deprimeren
jijzou deprimeren
hijzou deprimeren
wijzouden deprimeren
julliezouden deprimeren
zijzouden deprimeren

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou gedeprimeerd hebben
jijzou gedeprimeerd hebben
hijzou gedeprimeerd hebben
wijzouden gedeprimeerd hebben
julliezouden gedeprimeerd hebben
zijzouden gedeprimeerd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijdeprimeer

Translations

  • depress, to make depressed, sad or bored
  • Synonyms & Antonyms

    Synonyms

    neerdrukken
    ontmoedigen

    Sample Sentences

    Etymology

    Borrowed from Middle French deprimer.

    Additional Information