debrayeren – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of debrayeren

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: debrayeren
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: debrayerend
Past participle - Verleden deelwoord: gedebrayeerd

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikdebrayeer
jijdebrayeert
hijdebrayeert
wijdebrayeren
julliedebrayeren
zijdebrayeren

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb gedebrayeerd
jijhebt gedebrayeerd
hijheeft gedebrayeerd
wijhebben gedebrayeerd
julliehebben gedebrayeerd
zijhebben gedebrayeerd

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikdebrayeerde
jijdebrayeerde
hijdebrayeerde
wijdebrayeerden
julliedebrayeerden
zijdebrayeerden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad gedebrayeerd
jijhad gedebrayeerd
hijhad gedebrayeerd
wijhadden gedebrayeerd
julliehadden gedebrayeerd
zijhadden gedebrayeerd

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal debrayeren
jijzult debrayeren
hijzal debrayeren
wijzullen debrayeren
julliezullen debrayeren
zijzullen debrayeren

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal gedebrayeerd hebben
jijzult gedebrayeerd hebben
hijzal gedebrayeerd hebben
wijzullen gedebrayeerd hebben
julliezullen gedebrayeerd hebben
zijzullen gedebrayeerd hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou debrayeren
jijzou debrayeren
hijzou debrayeren
wijzouden debrayeren
julliezouden debrayeren
zijzouden debrayeren

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou gedebrayeerd hebben
jijzou gedebrayeerd hebben
hijzou gedebrayeerd hebben
wijzouden gedebrayeerd hebben
julliezouden gedebrayeerd hebben
zijzouden gedebrayeerd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijdebrayeer

Translations

Synonyms & Antonyms

Sample Sentences

Etymology

Additional Information