brallen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of brallen

The word "brallen" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: brallen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: brallend
Past participle - Verleden deelwoord: gebrald

Cognates

See the 4 cognates of brallen

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikbral
jijbralt
hijbralt
wijbrallen
julliebrallen
zijbrallen

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb gebrald
jijhebt gebrald
hijheeft gebrald
wijhebben gebrald
julliehebben gebrald
zijhebben gebrald

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikbralde
jijbralde
hijbralde
wijbralden
julliebralden
zijbralden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad gebrald
jijhad gebrald
hijhad gebrald
wijhadden gebrald
julliehadden gebrald
zijhadden gebrald

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal brallen
jijzult brallen
hijzal brallen
wijzullen brallen
julliezullen brallen
zijzullen brallen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal gebrald hebben
jijzult gebrald hebben
hijzal gebrald hebben
wijzullen gebrald hebben
julliezullen gebrald hebben
zijzullen gebrald hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou brallen
jijzou brallen
hijzou brallen
wijzouden brallen
julliezouden brallen
zijzouden brallen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou gebrald hebben
jijzou gebrald hebben
hijzou gebrald hebben
wijzouden gebrald hebben
julliezouden gebrald hebben
zijzouden gebrald hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijbral

Verbs similar to 'brallen'

Translations

Synonyms & Antonyms

Sample Sentences

Etymology

Verbs referencing "brallen"

English brawl.

Additional Information