bliksemen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of bliksemen

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: bliksemen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: bliksemend
Past participle - Verleden deelwoord: gebliksemd

Cognates

See the 2 cognates of bliksemen

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikbliksem
jijbliksemt
hijbliksemt
wijbliksemen
julliebliksemen
zijbliksemen

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb gebliksemd
jijhebt gebliksemd
hijheeft gebliksemd
wijhebben gebliksemd
julliehebben gebliksemd
zijhebben gebliksemd

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikbliksemde
jijbliksemde
hijbliksemde
wijbliksemden
julliebliksemden
zijbliksemden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad gebliksemd
jijhad gebliksemd
hijhad gebliksemd
wijhadden gebliksemd
julliehadden gebliksemd
zijhadden gebliksemd

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal bliksemen
jijzult bliksemen
hijzal bliksemen
wijzullen bliksemen
julliezullen bliksemen
zijzullen bliksemen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal gebliksemd hebben
jijzult gebliksemd hebben
hijzal gebliksemd hebben
wijzullen gebliksemd hebben
julliezullen gebliksemd hebben
zijzullen gebliksemd hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou bliksemen
jijzou bliksemen
hijzou bliksemen
wijzouden bliksemen
julliezouden bliksemen
zijzouden bliksemen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou gebliksemd hebben
jijzou gebliksemd hebben
hijzou gebliksemd hebben
wijzouden gebliksemd hebben
julliezouden gebliksemd hebben
zijzouden gebliksemd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijbliksem

Translations

Synonyms & Antonyms

Synonyms

lichten
weerlichten

Sample Sentences

Etymology

From Middle Dutch blixemen. Equivalent to bliksem + -en.

Verbs referencing "bliksemen"

Swedish blixtra, Old Frisian blixenia.

Additional Information