bestappen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of bestappen

The word "bestappen" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: bestappen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: bestappend
Past participle - Verleden deelwoord: bestapt

Cognates

See the 2 cognates of bestappen

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikbestap
jijbestapt
hijbestapt
wijbestappen
julliebestappen
zijbestappen

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb bestapt
jijhebt bestapt
hijheeft bestapt
wijhebben bestapt
julliehebben bestapt
zijhebben bestapt

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikbestapte
jijbestapte
hijbestapte
wijbestapten
julliebestapten
zijbestapten

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad bestapt
jijhad bestapt
hijhad bestapt
wijhadden bestapt
julliehadden bestapt
zijhadden bestapt

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal bestappen
jijzult bestappen
hijzal bestappen
wijzullen bestappen
julliezullen bestappen
zijzullen bestappen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal bestapt hebben
jijzult bestapt hebben
hijzal bestapt hebben
wijzullen bestapt hebben
julliezullen bestapt hebben
zijzullen bestapt hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou bestappen
jijzou bestappen
hijzou bestappen
wijzouden bestappen
julliezouden bestappen
zijzouden bestappen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou bestapt hebben
jijzou bestapt hebben
hijzou bestapt hebben
wijzouden bestapt hebben
julliezouden bestapt hebben
zijzouden bestapt hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijbestap

Verbs similar to 'bestappen'

Translations

Synonyms & Antonyms

Sample Sentences

Etymology

Verbs referencing "bestappen"

English bestep.

Additional Information