beknorren – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of beknorren

The word "beknorren" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: beknorren
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: beknorrend
Past participle - Verleden deelwoord: beknord

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikbeknor
jijbeknort
hijbeknort
wijbeknorren
julliebeknorren
zijbeknorren

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb beknord
jijhebt beknord
hijheeft beknord
wijhebben beknord
julliehebben beknord
zijhebben beknord

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikbeknorde
jijbeknorde
hijbeknorde
wijbeknorden
julliebeknorden
zijbeknorden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad beknord
jijhad beknord
hijhad beknord
wijhadden beknord
julliehadden beknord
zijhadden beknord

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal beknorren
jijzult beknorren
hijzal beknorren
wijzullen beknorren
julliezullen beknorren
zijzullen beknorren

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal beknord hebben
jijzult beknord hebben
hijzal beknord hebben
wijzullen beknord hebben
julliezullen beknord hebben
zijzullen beknord hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou beknorren
jijzou beknorren
hijzou beknorren
wijzouden beknorren
julliezouden beknorren
zijzouden beknorren

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou beknord hebben
jijzou beknord hebben
hijzou beknord hebben
wijzouden beknord hebben
julliezouden beknord hebben
zijzouden beknord hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijbeknor

Verbs similar to 'beknorren'

Translations

  • rebuke, to criticise harshly; to reprove
  • Synonyms & Antonyms

    Sample Sentences

    Etymology

    Additional Information