bedruppelen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of bedruppelen

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: bedruppelen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: bedruppelend
Past participle - Verleden deelwoord: bedruppeld

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikbedruppel
jijbedruppelt
hijbedruppelt
wijbedruppelen
julliebedruppelen
zijbedruppelen

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb bedruppeld
jijhebt bedruppeld
hijheeft bedruppeld
wijhebben bedruppeld
julliehebben bedruppeld
zijhebben bedruppeld

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikbedruppelde
jijbedruppelde
hijbedruppelde
wijbedruppelden
julliebedruppelden
zijbedruppelden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad bedruppeld
jijhad bedruppeld
hijhad bedruppeld
wijhadden bedruppeld
julliehadden bedruppeld
zijhadden bedruppeld

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal bedruppelen
jijzult bedruppelen
hijzal bedruppelen
wijzullen bedruppelen
julliezullen bedruppelen
zijzullen bedruppelen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal bedruppeld hebben
jijzult bedruppeld hebben
hijzal bedruppeld hebben
wijzullen bedruppeld hebben
julliezullen bedruppeld hebben
zijzullen bedruppeld hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou bedruppelen
jijzou bedruppelen
hijzou bedruppelen
wijzouden bedruppelen
julliezouden bedruppelen
zijzouden bedruppelen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou bedruppeld hebben
jijzou bedruppeld hebben
hijzou bedruppeld hebben
wijzouden bedruppeld hebben
julliezouden bedruppeld hebben
zijzouden bedruppeld hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijbedruppel

Translations

Synonyms & Antonyms

Sample Sentences

Etymology

Additional Information