bedrukken – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of bedrukken

The word "bedrukken" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: bedrukken
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: bedrukkend
Past participle - Verleden deelwoord: bedrukt

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikbedruk
jijbedrukt
hijbedrukt
wijbedrukken
julliebedrukken
zijbedrukken

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb bedrukt
jijhebt bedrukt
hijheeft bedrukt
wijhebben bedrukt
julliehebben bedrukt
zijhebben bedrukt

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikbedrukte
jijbedrukte
hijbedrukte
wijbedrukten
julliebedrukten
zijbedrukten

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad bedrukt
jijhad bedrukt
hijhad bedrukt
wijhadden bedrukt
julliehadden bedrukt
zijhadden bedrukt

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal bedrukken
jijzult bedrukken
hijzal bedrukken
wijzullen bedrukken
julliezullen bedrukken
zijzullen bedrukken

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal bedrukt hebben
jijzult bedrukt hebben
hijzal bedrukt hebben
wijzullen bedrukt hebben
julliezullen bedrukt hebben
zijzullen bedrukt hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou bedrukken
jijzou bedrukken
hijzou bedrukken
wijzouden bedrukken
julliezouden bedrukken
zijzouden bedrukken

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou bedrukt hebben
jijzou bedrukt hebben
hijzou bedrukt hebben
wijzouden bedrukt hebben
julliezouden bedrukt hebben
zijzouden bedrukt hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijbedruk

Verbs similar to 'bedrukken'

Translations

  • dampen, depress, lessen
  • Synonyms & Antonyms

    Sample Sentences

    Etymology

    From Middle Dutch bedrucken. Equivalent to be- + drukken.

    Additional Information