babben – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of babben

The word "babben" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: babben
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: babbend
Past participle - Verleden deelwoord: gebabd

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikbab
jijbabt
hijbabt
wijbabben
julliebabben
zijbabben

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb gebabd
jijhebt gebabd
hijheeft gebabd
wijhebben gebabd
julliehebben gebabd
zijhebben gebabd

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikbabde
jijbabde
hijbabde
wijbabden
julliebabden
zijbabden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad gebabd
jijhad gebabd
hijhad gebabd
wijhadden gebabd
julliehadden gebabd
zijhadden gebabd

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal babben
jijzult babben
hijzal babben
wijzullen babben
julliezullen babben
zijzullen babben

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal gebabd hebben
jijzult gebabd hebben
hijzal gebabd hebben
wijzullen gebabd hebben
julliezullen gebabd hebben
zijzullen gebabd hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou babben
jijzou babben
hijzou babben
wijzouden babben
julliezouden babben
zijzouden babben

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou gebabd hebben
jijzou gebabd hebben
hijzou gebabd hebben
wijzouden gebabd hebben
julliezouden gebabd hebben
zijzouden gebabd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijbab

Verbs similar to 'babben'

Translations

Synonyms & Antonyms

Sample Sentences

Etymology

Verbs referencing "babben"

French babiller, Old French babillier.

Additional Information