anen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of anen

The word "anen" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: anen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: anend
Past participle - Verleden deelwoord: geand

Cognates

See the 3 cognates of anen

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikan
jijant
hijant
wijanen
jullieanen
zijanen

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb geand
jijhebt geand
hijheeft geand
wijhebben geand
julliehebben geand
zijhebben geand

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikande
jijande
hijande
wijanden
jullieanden
zijanden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad geand
jijhad geand
hijhad geand
wijhadden geand
julliehadden geand
zijhadden geand

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal anen
jijzult anen
hijzal anen
wijzullen anen
julliezullen anen
zijzullen anen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal geand hebben
jijzult geand hebben
hijzal geand hebben
wijzullen geand hebben
julliezullen geand hebben
zijzullen geand hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou anen
jijzou anen
hijzou anen
wijzouden anen
julliezouden anen
zijzouden anen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou geand hebben
jijzou geand hebben
hijzou geand hebben
wijzouden geand hebben
julliezouden geand hebben
zijzouden geand hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijan

Translations

Synonyms & Antonyms

Sample Sentences

Etymology

Verbs referencing "anen"

Norwegian ane, German, old spelling ahnen.

Additional Information