geslachtsgebonden – Dutch adjective declension

Dutch adjective forms of geslachtsgebonden

Adjective: geslachtsgebonden

Indefinite Forms

masc. & fem.geslachtsgebonden
neutergeslachtsgebonden

Comparison Forms

Positivegeslachtsgebonden
Comparativegeslachtsgebondener
Superlativegeslachtsgebondenste

Sample Sentences

Adjectives inflected like geslachtsgebonden

benepen, beraden, belegen, belezen, bezeten, gedwongen, onervaren, rechtschapen, onbezonnen, lijfeigen, leeftijdgebonden, gedegen, genegen, geladen, gelegen, overspannen, volslagen, geslachtsgebonden, onverholen, dronken, etc. (List truncated at 20 adjectives)

Etymology

Compound of geslacht + -s- + gebonden.

Translations