belezen – Dutch adjective declension

Dutch adjective forms of belezen

Adjective: belezen

Indefinite Forms

masc. & fem.belezen
neuterbelezen

Comparison Forms

Positivebelezen
Comparativebelezener
Superlativebelezenste

Sample Sentences

  • Hij is een belezen man en kan over veel verschillende onderwerpen meepraten. (He is a well-read man and can discuss many different topics.)
  • Ze is zeer belezen en heeft een brede kennis van literatuur. (She is very well-read and has a broad knowledge of literature.)
  • De bibliothecaris is erg belezen en kent veel boeken uit zijn hoofd. (The librarian is very erudite and knows many books by heart.)

Etymology

From belezen, past participle of belezen.

Translations