wellen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of wellen

The word "wellen" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: wellen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: wellend
Past participle - Verleden deelwoord: geweld

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikwel
jijwelt
hijwelt
wijwellen
julliewellen
zijwellen

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb geweld
jijhebt geweld
hijheeft geweld
wijhebben geweld
julliehebben geweld
zijhebben geweld

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikwelde
jijwelde
hijwelde
wijwelden
julliewelden
zijwelden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad geweld
jijhad geweld
hijhad geweld
wijhadden geweld
julliehadden geweld
zijhadden geweld

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal wellen
jijzult wellen
hijzal wellen
wijzullen wellen
julliezullen wellen
zijzullen wellen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal geweld hebben
jijzult geweld hebben
hijzal geweld hebben
wijzullen geweld hebben
julliezullen geweld hebben
zijzullen geweld hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou wellen
jijzou wellen
hijzou wellen
wijzouden wellen
julliezouden wellen
zijzouden wellen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou geweld hebben
jijzou geweld hebben
hijzou geweld hebben
wijzouden geweld hebben
julliezouden geweld hebben
zijzouden geweld hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijwel

Verbs similar to 'wellen'

Translations

  • weld, to join materials (especially metals) by applying heat
  • Synonyms & Antonyms

    Sample Sentences

    Etymology

    From Middle Dutch wellen, Old Dutch *wellen, from Proto-West Germanic *wallijan.

    Additional Information