verlammen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of verlammen

The word "verlammen" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: verlammen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: verlammend
Past participle - Verleden deelwoord: verlamd

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikverlam
jijverlamt
hijverlamt
wijverlammen
jullieverlammen
zijverlammen

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb verlamd
jijhebt verlamd
hijheeft verlamd
wijhebben verlamd
julliehebben verlamd
zijhebben verlamd

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikverlamde
jijverlamde
hijverlamde
wijverlamden
jullieverlamden
zijverlamden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad verlamd
jijhad verlamd
hijhad verlamd
wijhadden verlamd
julliehadden verlamd
zijhadden verlamd

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal verlammen
jijzult verlammen
hijzal verlammen
wijzullen verlammen
julliezullen verlammen
zijzullen verlammen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal verlamd hebben
jijzult verlamd hebben
hijzal verlamd hebben
wijzullen verlamd hebben
julliezullen verlamd hebben
zijzullen verlamd hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou verlammen
jijzou verlammen
hijzou verlammen
wijzouden verlammen
julliezouden verlammen
zijzouden verlammen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou verlamd hebben
jijzou verlamd hebben
hijzou verlamd hebben
wijzouden verlamd hebben
julliezouden verlamd hebben
zijzouden verlamd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijverlam

Verbs similar to 'verlammen'

Translations

Synonyms & Antonyms

Sample Sentences

Etymology

Inherited from Middle Dutch verlammen. Equivalent to lam + ver- -en or ver- + lammen.

Additional Information