uitvissen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of uitvissen

The word "uitvissen" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: uitvissen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: uitvissend
Past participle - Verleden deelwoord: uitgevist

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikvis uit
jijvist uit
hijvist uit
wijvissen uit
jullievissen uit
zijvissen uit

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb uitgevist
jijhebt uitgevist
hijheeft uitgevist
wijhebben uitgevist
julliehebben uitgevist
zijhebben uitgevist

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikviste uit
jijviste uit
hijviste uit
wijvisten uit
jullievisten uit
zijvisten uit

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad uitgevist
jijhad uitgevist
hijhad uitgevist
wijhadden uitgevist
julliehadden uitgevist
zijhadden uitgevist

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal uitvissen
jijzult uitvissen
hijzal uitvissen
wijzullen uitvissen
julliezullen uitvissen
zijzullen uitvissen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal uitgevist hebben
jijzult uitgevist hebben
hijzal uitgevist hebben
wijzullen uitgevist hebben
julliezullen uitgevist hebben
zijzullen uitgevist hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou uitvissen
jijzou uitvissen
hijzou uitvissen
wijzouden uitvissen
julliezouden uitvissen
zijzouden uitvissen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou uitgevist hebben
jijzou uitgevist hebben
hijzou uitgevist hebben
wijzouden uitgevist hebben
julliezouden uitgevist hebben
zijzouden uitgevist hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijvis uit

Verbs similar to 'uitvissen'

Translations

Synonyms & Antonyms

Sample Sentences

  • En ik krijg het ook lang niet altijd rechtstreeks te horen. Maar op een handige manier kan je dat wel vaak uitvissen. (And I also don't always get to hear it directly. But you can often find this out in a handy way.)

Etymology

From uit + vissen.

Additional Information