uitroepen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of uitroepen

The word "uitroepen" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: uitroepen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: uitroepend
Past participle - Verleden deelwoord: uitgeroept

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikroep uit
jijroept uit
hijroept uit
wijroepen uit
jullieroepen uit
zijroepen uit

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb uitgeroept
jijhebt uitgeroept
hijheeft uitgeroept
wijhebben uitgeroept
julliehebben uitgeroept
zijhebben uitgeroept

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikroepte uit
jijroepte uit
hijroepte uit
wijroepten uit
jullieroepten uit
zijroepten uit

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad uitgeroept
jijhad uitgeroept
hijhad uitgeroept
wijhadden uitgeroept
julliehadden uitgeroept
zijhadden uitgeroept

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal uitroepen
jijzult uitroepen
hijzal uitroepen
wijzullen uitroepen
julliezullen uitroepen
zijzullen uitroepen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal uitgeroept hebben
jijzult uitgeroept hebben
hijzal uitgeroept hebben
wijzullen uitgeroept hebben
julliezullen uitgeroept hebben
zijzullen uitgeroept hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou uitroepen
jijzou uitroepen
hijzou uitroepen
wijzouden uitroepen
julliezouden uitroepen
zijzouden uitroepen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou uitgeroept hebben
jijzou uitgeroept hebben
hijzou uitgeroept hebben
wijzouden uitgeroept hebben
julliezouden uitgeroept hebben
zijzouden uitgeroept hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijroep uit

Verbs similar to 'uitroepen'

Translations

  • acclaim, to shout
  • cry, transitive: to shout, to scream (words)
  • holler, to call out one or more words
  • howl, to utter with outcry
  • proclaim, to state excitedly, verbosely and candidly
  • Synonyms & Antonyms

    Sample Sentences

    • In 1482 riep Boabdil zich tot nieuwe koning uit. (In 1482 Boabdil proclaimed himself the new king.)

    Etymology

    From uit + roepen.

    Additional Information