uitnodigen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of uitnodigen

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: uitnodigen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: uitnodigend
Past participle - Verleden deelwoord: uitgenoodigd

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

iknoodig uit
jijnoodigt uit
hijnoodigt uit
wijnodigen uit
jullienodigen uit
zijnodigen uit

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb uitgenoodigd
jijhebt uitgenoodigd
hijheeft uitgenoodigd
wijhebben uitgenoodigd
julliehebben uitgenoodigd
zijhebben uitgenoodigd

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

iknoodigde uit
jijnoodigde uit
hijnoodigde uit
wijnoodigden uit
jullienoodigden uit
zijnoodigden uit

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad uitgenoodigd
jijhad uitgenoodigd
hijhad uitgenoodigd
wijhadden uitgenoodigd
julliehadden uitgenoodigd
zijhadden uitgenoodigd

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal uitnodigen
jijzult uitnodigen
hijzal uitnodigen
wijzullen uitnodigen
julliezullen uitnodigen
zijzullen uitnodigen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal uitgenoodigd hebben
jijzult uitgenoodigd hebben
hijzal uitgenoodigd hebben
wijzullen uitgenoodigd hebben
julliezullen uitgenoodigd hebben
zijzullen uitgenoodigd hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou uitnodigen
jijzou uitnodigen
hijzou uitnodigen
wijzouden uitnodigen
julliezouden uitnodigen
zijzouden uitnodigen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou uitgenoodigd hebben
jijzou uitgenoodigd hebben
hijzou uitgenoodigd hebben
wijzouden uitgenoodigd hebben
julliezouden uitgenoodigd hebben
zijzouden uitgenoodigd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijnoodig uit

Verbs conjugated like 'uitnodigen'

uitnodigen,

Translations

  • bid, to invite
  • invite, ask for the presence or participation of someone
  • Synonyms & Antonyms

    Synonyms

    inviteren
    meevragen, noden, verzoeken, vragen

    Sample Sentences

    Etymology

    From uit + nodigen.

    Additional Information