tassen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of tassen

The word "tassen" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: tassen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: tassend
Past participle - Verleden deelwoord: getast

Cognates

See the 3 cognates of tassen

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

iktas
jijtast
hijtast
wijtassen
jullietassen
zijtassen

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb getast
jijhebt getast
hijheeft getast
wijhebben getast
julliehebben getast
zijhebben getast

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

iktaste
jijtaste
hijtaste
wijtasten
jullietasten
zijtasten

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad getast
jijhad getast
hijhad getast
wijhadden getast
julliehadden getast
zijhadden getast

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal tassen
jijzult tassen
hijzal tassen
wijzullen tassen
julliezullen tassen
zijzullen tassen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal getast hebben
jijzult getast hebben
hijzal getast hebben
wijzullen getast hebben
julliezullen getast hebben
zijzullen getast hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou tassen
jijzou tassen
hijzou tassen
wijzouden tassen
julliezouden tassen
zijzouden tassen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou getast hebben
jijzou getast hebben
hijzou getast hebben
wijzouden getast hebben
julliezouden getast hebben
zijzouden getast hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijtas

Translations

Synonyms & Antonyms

Sample Sentences

Etymology

Verbs referencing "tassen"

English toss.

Additional Information