sjacheren – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of sjacheren

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: sjacheren
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: sjacherend
Past participle - Verleden deelwoord: gesjacherd

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

iksjacher
jijsjachert
hijsjachert
wijsjacheren
julliesjacheren
zijsjacheren

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb gesjacherd
jijhebt gesjacherd
hijheeft gesjacherd
wijhebben gesjacherd
julliehebben gesjacherd
zijhebben gesjacherd

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

iksjacherde
jijsjacherde
hijsjacherde
wijsjacherden
julliesjacherden
zijsjacherden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad gesjacherd
jijhad gesjacherd
hijhad gesjacherd
wijhadden gesjacherd
julliehadden gesjacherd
zijhadden gesjacherd

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal sjacheren
jijzult sjacheren
hijzal sjacheren
wijzullen sjacheren
julliezullen sjacheren
zijzullen sjacheren

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal gesjacherd hebben
jijzult gesjacherd hebben
hijzal gesjacherd hebben
wijzullen gesjacherd hebben
julliezullen gesjacherd hebben
zijzullen gesjacherd hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou sjacheren
jijzou sjacheren
hijzou sjacheren
wijzouden sjacheren
julliezouden sjacheren
zijzouden sjacheren

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou gesjacherd hebben
jijzou gesjacherd hebben
hijzou gesjacherd hebben
wijzouden gesjacherd hebben
julliezouden gesjacherd hebben
zijzouden gesjacherd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijsjacher

Translations

  • tout, To flaunt, to publicize/publicise; to boast or brag; to promote
  • Synonyms & Antonyms

    Sample Sentences

    • Het centrum van Paraguay is overstroomd door indígenas die allemaal met dezelfde meuk sjacheren. (The city centre of Paraguay is swamped by indígenas who all try to sell a pup with the same shit.) [2012, Arthur van Amerongen, Mambo Jambo. Een krankzinnige liefde in Zuid-Amerika, Nijgh & Van Ditmar:]
    • Ik leerde sjacheren over de prijs. (I learnt how to wrangle over prices.) [2015, Elle Eggels, De achtste zuster, The House of Books:]

    Etymology

    Borrowed from German schachern (“to haggle”), from Yiddish סחרן (sakhern, “to trade”), from Hebrew סַחַר (sakhár, “commerce”). See: German, old spelling 'schachern'.

    Additional Information