schaffen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of schaffen

The word "schaffen" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: schaffen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: schaffend
Past participle - Verleden deelwoord: geschaft

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikschaf
jijschaft
hijschaft
wijschaffen
jullieschaffen
zijschaffen

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb geschaft
jijhebt geschaft
hijheeft geschaft
wijhebben geschaft
julliehebben geschaft
zijhebben geschaft

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikschafte
jijschafte
hijschafte
wijschaften
jullieschaften
zijschaften

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad geschaft
jijhad geschaft
hijhad geschaft
wijhadden geschaft
julliehadden geschaft
zijhadden geschaft

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal schaffen
jijzult schaffen
hijzal schaffen
wijzullen schaffen
julliezullen schaffen
zijzullen schaffen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal geschaft hebben
jijzult geschaft hebben
hijzal geschaft hebben
wijzullen geschaft hebben
julliezullen geschaft hebben
zijzullen geschaft hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou schaffen
jijzou schaffen
hijzou schaffen
wijzouden schaffen
julliezouden schaffen
zijzouden schaffen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou geschaft hebben
jijzou geschaft hebben
hijzou geschaft hebben
wijzouden geschaft hebben
julliezouden geschaft hebben
zijzouden geschaft hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijschaf

Verbs similar to 'schaffen'

Translations

  • procure, To induce or persuade someone to do something
  • Synonyms & Antonyms

    Sample Sentences

    • Eten wat de pot schaft. (To eat whatever is served.)

    Etymology

    Borrowed from German schaffen. Doublet of scheppen. See: German, old spelling 'schaffen'.

    Verbs referencing "schaffen"

    Danish skaffe, Norwegian skaffe.

    Additional Information