Nominal Forms
Infinitive - Onbepaalde wijs: prenten
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: prentend
Past participle - Verleden deelwoord: geprent
Indicative - Aantonende wijs
Present
Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]
| ik | prent |
| jij | prent |
| hij | prent |
| wij | prenten |
| jullie | prenten |
| zij | prenten |
Present Perfect
Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]
| ik | heb geprent |
| jij | hebt geprent |
| hij | heeft geprent |
| wij | hebben geprent |
| jullie | hebben geprent |
| zij | hebben geprent |
Past
Onvoltooid verleden tijd [o v t]
| ik | prentte |
| jij | prentte |
| hij | prentte |
| wij | prentten |
| jullie | prentten |
| zij | prentten |
Past Perfect
Voltooid verleden tijd [v v t]
| ik | had geprent |
| jij | had geprent |
| hij | had geprent |
| wij | hadden geprent |
| jullie | hadden geprent |
| zij | hadden geprent |
Future
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]
| ik | zal prenten |
| jij | zult prenten |
| hij | zal prenten |
| wij | zullen prenten |
| jullie | zullen prenten |
| zij | zullen prenten |
Future Perfect
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]
| ik | zal geprent hebben |
| jij | zult geprent hebben |
| hij | zal geprent hebben |
| wij | zullen geprent hebben |
| jullie | zullen geprent hebben |
| zij | zullen geprent hebben |
Conditional
Imperfect
Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]
| ik | zou prenten |
| jij | zou prenten |
| hij | zou prenten |
| wij | zouden prenten |
| jullie | zouden prenten |
| zij | zouden prenten |
Perfect
Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]
| ik | zou geprent hebben |
| jij | zou geprent hebben |
| hij | zou geprent hebben |
| wij | zouden geprent hebben |
| jullie | zouden geprent hebben |
| zij | zouden geprent hebben |
Imperative - Gebiedende wijs
Verbs conjugated like 'prenten'
aanboeken,
aaneenkoeken,
aangrinniken,
aanharken,
aanjanken,
aanjuichen,
aankalken,
aanlijken,
aanlonken,
aanmerken,
aanreiken,
aanstuiken,
aanvonken,
aanwenken,
aanwerken,
afchecken,
afdanken,
afharken,
afkalken,
afkicken, etc. (List truncated at 20 verbs)
Verbs similar to 'prenten'
brengen,
drenken,
fretten,
grenzen,
krengen,
krenken,
planten,
praten,
preken,
pronken,
Translations
Synonyms & Antonyms
Sample Sentences
-
Gedurende al den tijd, dat Vrijdag nu bij mij was geweest, en begon te leeren met mij te spreken en mij te verstaan, had ik niet nagelaten hem de eerste begrippen der godsdienst in te prenten; zoo vroeg ik hem eens wie hem geschapen had. De arme knaap begreep mij volstrekt niet, maar dacht, dat ik vroeg wie zijn vader was. Ik vatte dus de zaak anders aan, wees hem op de zee, den grond [...]
(Robinson Crusoe)
-
Ik vond, dat het niet zoo gemakkelijk ging hem juiste denkbeelden in te prenten, aangaande den duivel, als aangaande den aard en het wezen der Godheid. De geheele natuur was mij behulpzaam in mijne bewijzen voor het noodwendig bestaan van eene eerste oorzaak, een [...]
(Robinson Crusoe)
-
[...] een werktuig verkoren was, om met hulp der Voorzienigheid, niet alleen het ligchaam maar ook de ziel van dezen armen man te redden, en hem de kennis van den waren God en de Christelijke leer in te prenten; ik zeg, wanneer ik dit alles bedacht, gevoelde ik mij van eene heimelijke vreugde doordrongen, en verheugde mij alsdan, dat ik naar deze plaats gevoerd was, hetgeen ik vroeger beschouwde als de [...]
(Robinson Crusoe)
Etymology
Verbs referencing "prenten"
English
print.
Additional Information