perverteren – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of perverteren

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: perverteren
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: perverterend
Past participle - Verleden deelwoord: geperverteerd

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikperverteer
jijperverteert
hijperverteert
wijperverteren
jullieperverteren
zijperverteren

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb geperverteerd
jijhebt geperverteerd
hijheeft geperverteerd
wijhebben geperverteerd
julliehebben geperverteerd
zijhebben geperverteerd

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikperverteerde
jijperverteerde
hijperverteerde
wijperverteerden
jullieperverteerden
zijperverteerden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad geperverteerd
jijhad geperverteerd
hijhad geperverteerd
wijhadden geperverteerd
julliehadden geperverteerd
zijhadden geperverteerd

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal perverteren
jijzult perverteren
hijzal perverteren
wijzullen perverteren
julliezullen perverteren
zijzullen perverteren

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal geperverteerd hebben
jijzult geperverteerd hebben
hijzal geperverteerd hebben
wijzullen geperverteerd hebben
julliezullen geperverteerd hebben
zijzullen geperverteerd hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou perverteren
jijzou perverteren
hijzou perverteren
wijzouden perverteren
julliezouden perverteren
zijzouden perverteren

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou geperverteerd hebben
jijzou geperverteerd hebben
hijzou geperverteerd hebben
wijzouden geperverteerd hebben
julliezouden geperverteerd hebben
zijzouden geperverteerd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijperverteer

Translations

Synonyms & Antonyms

Sample Sentences

Etymology

Borrowed from Latin pervertō. By surface analysis, pervers + -eren. See: Latin 'pervertō'.

Additional Information