opvullen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of opvullen

The word "opvullen" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: opvullen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: opvullend
Past participle - Verleden deelwoord: opgevuld

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikvul op
jijvult op
hijvult op
wijvullen op
jullievullen op
zijvullen op

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb opgevuld
jijhebt opgevuld
hijheeft opgevuld
wijhebben opgevuld
julliehebben opgevuld
zijhebben opgevuld

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikvulde op
jijvulde op
hijvulde op
wijvulden op
jullievulden op
zijvulden op

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad opgevuld
jijhad opgevuld
hijhad opgevuld
wijhadden opgevuld
julliehadden opgevuld
zijhadden opgevuld

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal opvullen
jijzult opvullen
hijzal opvullen
wijzullen opvullen
julliezullen opvullen
zijzullen opvullen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal opgevuld hebben
jijzult opgevuld hebben
hijzal opgevuld hebben
wijzullen opgevuld hebben
julliezullen opgevuld hebben
zijzullen opgevuld hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou opvullen
jijzou opvullen
hijzou opvullen
wijzouden opvullen
julliezouden opvullen
zijzouden opvullen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou opgevuld hebben
jijzou opgevuld hebben
hijzou opgevuld hebben
wijzouden opgevuld hebben
julliezouden opgevuld hebben
zijzouden opgevuld hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijvul op

Verbs similar to 'opvullen'

Translations

  • cloy, fill up
  • fill, add contents to, so it is full
  • Synonyms & Antonyms

    Sample Sentences

    Etymology

    op + vullen

    Additional Information