onttoveren – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of onttoveren

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: onttoveren
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: onttoverend
Past participle - Verleden deelwoord: onttoverd

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikonttover
jijonttovert
hijonttovert
wijonttoveren
jullieonttoveren
zijonttoveren

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb onttoverd
jijhebt onttoverd
hijheeft onttoverd
wijhebben onttoverd
julliehebben onttoverd
zijhebben onttoverd

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikonttoverde
jijonttoverde
hijonttoverde
wijonttoverden
jullieonttoverden
zijonttoverden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad onttoverd
jijhad onttoverd
hijhad onttoverd
wijhadden onttoverd
julliehadden onttoverd
zijhadden onttoverd

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal onttoveren
jijzult onttoveren
hijzal onttoveren
wijzullen onttoveren
julliezullen onttoveren
zijzullen onttoveren

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal onttoverd hebben
jijzult onttoverd hebben
hijzal onttoverd hebben
wijzullen onttoverd hebben
julliezullen onttoverd hebben
zijzullen onttoverd hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou onttoveren
jijzou onttoveren
hijzou onttoveren
wijzouden onttoveren
julliezouden onttoveren
zijzouden onttoveren

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou onttoverd hebben
jijzou onttoverd hebben
hijzou onttoverd hebben
wijzouden onttoverd hebben
julliezouden onttoverd hebben
zijzouden onttoverd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijonttover

Translations

Synonyms & Antonyms

Sample Sentences

Etymology

Equivalent to ont- (“dis”) + toveren (“to perform magic, enchant”). The sociological definition is a calque of German entzauberen (“to disenchant”), which was used by the sociologist Max Weber. See: German, old spelling 'entzauberen'.

Additional Information