ontraadselen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of ontraadselen

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: ontraadselen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: ontraadselend
Past participle - Verleden deelwoord: ontraadseld

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikontraadsel
jijontraadselt
hijontraadselt
wijontraadselen
jullieontraadselen
zijontraadselen

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb ontraadseld
jijhebt ontraadseld
hijheeft ontraadseld
wijhebben ontraadseld
julliehebben ontraadseld
zijhebben ontraadseld

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikontraadselde
jijontraadselde
hijontraadselde
wijontraadselden
jullieontraadselden
zijontraadselden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad ontraadseld
jijhad ontraadseld
hijhad ontraadseld
wijhadden ontraadseld
julliehadden ontraadseld
zijhadden ontraadseld

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal ontraadselen
jijzult ontraadselen
hijzal ontraadselen
wijzullen ontraadselen
julliezullen ontraadselen
zijzullen ontraadselen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal ontraadseld hebben
jijzult ontraadseld hebben
hijzal ontraadseld hebben
wijzullen ontraadseld hebben
julliezullen ontraadseld hebben
zijzullen ontraadseld hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou ontraadselen
jijzou ontraadselen
hijzou ontraadselen
wijzouden ontraadselen
julliezouden ontraadselen
zijzouden ontraadselen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou ontraadseld hebben
jijzou ontraadseld hebben
hijzou ontraadseld hebben
wijzouden ontraadseld hebben
julliezouden ontraadseld hebben
zijzouden ontraadseld hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijontraadsel

Translations

Synonyms & Antonyms

Synonyms

ontcijferen
oplossen

Sample Sentences

Etymology

From raadsel (“riddle”) + ont- -en (privative verb-forming circumfix).

Additional Information