nevelen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of nevelen

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: nevelen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: nevelend
Past participle - Verleden deelwoord: geneveld

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

iknevel
jijnevelt
hijnevelt
wijnevelen
jullienevelen
zijnevelen

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb geneveld
jijhebt geneveld
hijheeft geneveld
wijhebben geneveld
julliehebben geneveld
zijhebben geneveld

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

iknevelde
jijnevelde
hijnevelde
wijnevelden
jullienevelden
zijnevelden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad geneveld
jijhad geneveld
hijhad geneveld
wijhadden geneveld
julliehadden geneveld
zijhadden geneveld

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal nevelen
jijzult nevelen
hijzal nevelen
wijzullen nevelen
julliezullen nevelen
zijzullen nevelen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal geneveld hebben
jijzult geneveld hebben
hijzal geneveld hebben
wijzullen geneveld hebben
julliezullen geneveld hebben
zijzullen geneveld hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou nevelen
jijzou nevelen
hijzou nevelen
wijzouden nevelen
julliezouden nevelen
zijzouden nevelen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou geneveld hebben
jijzou geneveld hebben
hijzou geneveld hebben
wijzouden geneveld hebben
julliezouden geneveld hebben
zijzouden geneveld hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijnevel

Translations

Synonyms & Antonyms

Sample Sentences

  • Ik keek door 't raam en peinsde: — Wel, 't regent niet meer, het nevelt. En ik stak mijn hoofd in den buitenschen nacht, en: — Wel, riep ik, het nevelt niet, het sneeuwt! Het sneeuwt! (I looked through the window and thought: — Well, it's not raining any more, it's foggy. And I stuck my head out into the night outside, and: — Well, I cried, it's not foggy, it's snowing! It's snowing!) [1927 December 17, “De eerste sneeuw.”, in Provinciale Geldersche en Nijmeegsche courant, Nijmegen:]

Etymology

From nevel + -en.

Additional Information