neerploffen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of neerploffen

The word "neerploffen" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: neerploffen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: neerploffend
Past participle - Verleden deelwoord: neergeploft

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikplof neer
jijploft neer
hijploft neer
wijploffen neer
jullieploffen neer
zijploffen neer

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb neergeploft
jijhebt neergeploft
hijheeft neergeploft
wijhebben neergeploft
julliehebben neergeploft
zijhebben neergeploft

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikplofte neer
jijplofte neer
hijplofte neer
wijploften neer
jullieploften neer
zijploften neer

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad neergeploft
jijhad neergeploft
hijhad neergeploft
wijhadden neergeploft
julliehadden neergeploft
zijhadden neergeploft

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal neerploffen
jijzult neerploffen
hijzal neerploffen
wijzullen neerploffen
julliezullen neerploffen
zijzullen neerploffen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal neergeploft hebben
jijzult neergeploft hebben
hijzal neergeploft hebben
wijzullen neergeploft hebben
julliezullen neergeploft hebben
zijzullen neergeploft hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou neerploffen
jijzou neerploffen
hijzou neerploffen
wijzouden neerploffen
julliezouden neerploffen
zijzouden neerploffen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou neergeploft hebben
jijzou neergeploft hebben
hijzou neergeploft hebben
wijzouden neergeploft hebben
julliezouden neergeploft hebben
zijzouden neergeploft hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijplof neer

Verbs similar to 'neerploffen'

Translations

  • flop, to fall heavily, because lacking energy
  • Synonyms & Antonyms

    Sample Sentences

    • Ze kwam binnen, groette niemand en plofte neer op de bank. (She came in, didn't said hello to anybody and dropped onto the couch.)

    Etymology

    From neer (“down”) + ploffen (“to thud, burst”).

    Additional Information