lubben – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of lubben

The word "lubben" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: lubben
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: lubbend
Past participle - Verleden deelwoord: gelubd

Cognates

See the 3 cognates of lubben

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

iklub
jijlubt
hijlubt
wijlubben
jullielubben
zijlubben

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb gelubd
jijhebt gelubd
hijheeft gelubd
wijhebben gelubd
julliehebben gelubd
zijhebben gelubd

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

iklubde
jijlubde
hijlubde
wijlubden
jullielubden
zijlubden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad gelubd
jijhad gelubd
hijhad gelubd
wijhadden gelubd
julliehadden gelubd
zijhadden gelubd

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal lubben
jijzult lubben
hijzal lubben
wijzullen lubben
julliezullen lubben
zijzullen lubben

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal gelubd hebben
jijzult gelubd hebben
hijzal gelubd hebben
wijzullen gelubd hebben
julliezullen gelubd hebben
zijzullen gelubd hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou lubben
jijzou lubben
hijzou lubben
wijzouden lubben
julliezouden lubben
zijzouden lubben

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou gelubd hebben
jijzou gelubd hebben
hijzou gelubd hebben
wijzouden gelubd hebben
julliezouden gelubd hebben
zijzouden gelubd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijlub

Verbs similar to 'lubben'

Translations

Synonyms & Antonyms

Sample Sentences

Etymology

Verbs referencing "lubben"

Old English lefan.

Additional Information