knipogen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of knipogen

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: knipogen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: knipogend
Past participle - Verleden deelwoord: geknipoogd

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikknipoog
jijknipoogt
hijknipoogt
wijknipogen
jullieknipogen
zijknipogen

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb geknipoogd
jijhebt geknipoogd
hijheeft geknipoogd
wijhebben geknipoogd
julliehebben geknipoogd
zijhebben geknipoogd

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikknipoogde
jijknipoogde
hijknipoogde
wijknipoogden
jullieknipoogden
zijknipoogden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad geknipoogd
jijhad geknipoogd
hijhad geknipoogd
wijhadden geknipoogd
julliehadden geknipoogd
zijhadden geknipoogd

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal knipogen
jijzult knipogen
hijzal knipogen
wijzullen knipogen
julliezullen knipogen
zijzullen knipogen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal geknipoogd hebben
jijzult geknipoogd hebben
hijzal geknipoogd hebben
wijzullen geknipoogd hebben
julliezullen geknipoogd hebben
zijzullen geknipoogd hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou knipogen
jijzou knipogen
hijzou knipogen
wijzouden knipogen
julliezouden knipogen
zijzouden knipogen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou geknipoogd hebben
jijzou geknipoogd hebben
hijzou geknipoogd hebben
wijzouden geknipoogd hebben
julliezouden geknipoogd hebben
zijzouden geknipoogd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijknipoog

Translations

  • wink, to blink with only one eye as a message, signal, or suggestion
  • Synonyms & Antonyms

    Sample Sentences

    Etymology

    Compound of knippen + oog + -en.

    Additional Information