ineenstorten – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of ineenstorten

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: ineenstorten
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: ineenstortend
Past participle - Verleden deelwoord: ineengestort

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikstort ineen
jijstort ineen
hijstort ineen
wijstorten ineen
julliestorten ineen
zijstorten ineen

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikben ineengestort
jijbent ineengestort
hijis ineengestort
wijzijn ineengestort
julliezijn ineengestort
zijzijn ineengestort

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikstortte ineen
jijstortte ineen
hijstortte ineen
wijstortten ineen
julliestortten ineen
zijstortten ineen

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikwas ineengestort
jijwas ineengestort
hijwas ineengestort
wijwaren ineengestort
julliewaren ineengestort
zijwaren ineengestort

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal ineenstorten
jijzult ineenstorten
hijzal ineenstorten
wijzullen ineenstorten
julliezullen ineenstorten
zijzullen ineenstorten

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal ineengestort zijn
jijzult ineengestort zijn
hijzal ineengestort zijn
wijzullen ineengestort zijn
julliezullen ineengestort zijn
zijzullen ineengestort zijn

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou ineenstorten
jijzou ineenstorten
hijzou ineenstorten
wijzouden ineenstorten
julliezouden ineenstorten
zijzouden ineenstorten

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou ineengestort zijn
jijzou ineengestort zijn
hijzou ineengestort zijn
wijzouden ineengestort zijn
julliezouden ineengestort zijn
zijzouden ineengestort zijn

Imperative - Gebiedende wijs

jijstort ineen

Translations

Synonyms & Antonyms

Sample Sentences

Etymology

Compound of ineen + storten.

Additional Information