indikken – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of indikken

The word "indikken" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: indikken
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: indikkend
Past participle - Verleden deelwoord: ingedikt

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikdik in
jijdikt in
hijdikt in
wijdikken in
julliedikken in
zijdikken in

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb ingedikt
jijhebt ingedikt
hijheeft ingedikt
wijhebben ingedikt
julliehebben ingedikt
zijhebben ingedikt

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikdikte in
jijdikte in
hijdikte in
wijdikten in
julliedikten in
zijdikten in

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad ingedikt
jijhad ingedikt
hijhad ingedikt
wijhadden ingedikt
julliehadden ingedikt
zijhadden ingedikt

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal indikken
jijzult indikken
hijzal indikken
wijzullen indikken
julliezullen indikken
zijzullen indikken

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal ingedikt hebben
jijzult ingedikt hebben
hijzal ingedikt hebben
wijzullen ingedikt hebben
julliezullen ingedikt hebben
zijzullen ingedikt hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou indikken
jijzou indikken
hijzou indikken
wijzouden indikken
julliezouden indikken
zijzouden indikken

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou ingedikt hebben
jijzou ingedikt hebben
hijzou ingedikt hebben
wijzouden ingedikt hebben
julliezouden ingedikt hebben
zijzouden ingedikt hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijdik in

Verbs similar to 'indikken'

Translations

  • gel, become gel
  • Synonyms & Antonyms

    Sample Sentences

    Etymology

    Additional Information