hoorn – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of hoorn

The word "hoorn" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: hooen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: hooend
Past participle - Verleden deelwoord: gehod

Cognates

See the 2 cognates of hoorn

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikho
jijhot
hijhot
wijhooen
julliehooen
zijhooen

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb gehod
jijhebt gehod
hijheeft gehod
wijhebben gehod
julliehebben gehod
zijhebben gehod

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikhode
jijhode
hijhode
wijhoden
julliehoden
zijhoden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad gehod
jijhad gehod
hijhad gehod
wijhadden gehod
julliehadden gehod
zijhadden gehod

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal hooen
jijzult hooen
hijzal hooen
wijzullen hooen
julliezullen hooen
zijzullen hooen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal gehod hebben
jijzult gehod hebben
hijzal gehod hebben
wijzullen gehod hebben
julliezullen gehod hebben
zijzullen gehod hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou hooen
jijzou hooen
hijzou hooen
wijzouden hooen
julliezouden hooen
zijzouden hooen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou gehod hebben
jijzou gehod hebben
hijzou gehod hebben
wijzouden gehod hebben
julliezouden gehod hebben
zijzouden gehod hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijho

Verbs similar to 'hoorn'

Translations

Synonyms & Antonyms

Sample Sentences

Etymology

Verbs referencing "hoorn"

English horn.

Additional Information