guillotineren – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of guillotineren

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: guillotineren
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: guillotinerend
Past participle - Verleden deelwoord: geguillotineerd

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikguillotineer
jijguillotineert
hijguillotineert
wijguillotineren
jullieguillotineren
zijguillotineren

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb geguillotineerd
jijhebt geguillotineerd
hijheeft geguillotineerd
wijhebben geguillotineerd
julliehebben geguillotineerd
zijhebben geguillotineerd

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikguillotineerde
jijguillotineerde
hijguillotineerde
wijguillotineerden
jullieguillotineerden
zijguillotineerden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad geguillotineerd
jijhad geguillotineerd
hijhad geguillotineerd
wijhadden geguillotineerd
julliehadden geguillotineerd
zijhadden geguillotineerd

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal guillotineren
jijzult guillotineren
hijzal guillotineren
wijzullen guillotineren
julliezullen guillotineren
zijzullen guillotineren

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal geguillotineerd hebben
jijzult geguillotineerd hebben
hijzal geguillotineerd hebben
wijzullen geguillotineerd hebben
julliezullen geguillotineerd hebben
zijzullen geguillotineerd hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou guillotineren
jijzou guillotineren
hijzou guillotineren
wijzouden guillotineren
julliezouden guillotineren
zijzouden guillotineren

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou geguillotineerd hebben
jijzou geguillotineerd hebben
hijzou geguillotineerd hebben
wijzouden geguillotineerd hebben
julliezouden geguillotineerd hebben
zijzouden geguillotineerd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijguillotineer

Translations

Synonyms & Antonyms

Sample Sentences

Etymology

Additional Information