dimensioneren – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of dimensioneren

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: dimensioneren
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: dimensionerend
Past participle - Verleden deelwoord: gedimensioneerd

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikdimensioneer
jijdimensioneert
hijdimensioneert
wijdimensioneren
julliedimensioneren
zijdimensioneren

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb gedimensioneerd
jijhebt gedimensioneerd
hijheeft gedimensioneerd
wijhebben gedimensioneerd
julliehebben gedimensioneerd
zijhebben gedimensioneerd

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikdimensioneerde
jijdimensioneerde
hijdimensioneerde
wijdimensioneerden
julliedimensioneerden
zijdimensioneerden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad gedimensioneerd
jijhad gedimensioneerd
hijhad gedimensioneerd
wijhadden gedimensioneerd
julliehadden gedimensioneerd
zijhadden gedimensioneerd

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal dimensioneren
jijzult dimensioneren
hijzal dimensioneren
wijzullen dimensioneren
julliezullen dimensioneren
zijzullen dimensioneren

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal gedimensioneerd hebben
jijzult gedimensioneerd hebben
hijzal gedimensioneerd hebben
wijzullen gedimensioneerd hebben
julliezullen gedimensioneerd hebben
zijzullen gedimensioneerd hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou dimensioneren
jijzou dimensioneren
hijzou dimensioneren
wijzouden dimensioneren
julliezouden dimensioneren
zijzouden dimensioneren

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou gedimensioneerd hebben
jijzou gedimensioneerd hebben
hijzou gedimensioneerd hebben
wijzouden gedimensioneerd hebben
julliezouden gedimensioneerd hebben
zijzouden gedimensioneerd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijdimensioneer

Translations

Synonyms & Antonyms

Sample Sentences

Etymology

Additional Information