demaquilleren – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of demaquilleren

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: demaquilleren
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: demaquillerend
Past participle - Verleden deelwoord: gedemaquilleerd

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikdemaquilleer
jijdemaquilleert
hijdemaquilleert
wijdemaquilleren
julliedemaquilleren
zijdemaquilleren

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb gedemaquilleerd
jijhebt gedemaquilleerd
hijheeft gedemaquilleerd
wijhebben gedemaquilleerd
julliehebben gedemaquilleerd
zijhebben gedemaquilleerd

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikdemaquilleerde
jijdemaquilleerde
hijdemaquilleerde
wijdemaquilleerden
julliedemaquilleerden
zijdemaquilleerden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad gedemaquilleerd
jijhad gedemaquilleerd
hijhad gedemaquilleerd
wijhadden gedemaquilleerd
julliehadden gedemaquilleerd
zijhadden gedemaquilleerd

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal demaquilleren
jijzult demaquilleren
hijzal demaquilleren
wijzullen demaquilleren
julliezullen demaquilleren
zijzullen demaquilleren

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal gedemaquilleerd hebben
jijzult gedemaquilleerd hebben
hijzal gedemaquilleerd hebben
wijzullen gedemaquilleerd hebben
julliezullen gedemaquilleerd hebben
zijzullen gedemaquilleerd hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou demaquilleren
jijzou demaquilleren
hijzou demaquilleren
wijzouden demaquilleren
julliezouden demaquilleren
zijzouden demaquilleren

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou gedemaquilleerd hebben
jijzou gedemaquilleerd hebben
hijzou gedemaquilleerd hebben
wijzouden gedemaquilleerd hebben
julliezouden gedemaquilleerd hebben
zijzouden gedemaquilleerd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijdemaquilleer

Translations

Synonyms & Antonyms

Sample Sentences

Etymology

Additional Information