contramineren – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of contramineren

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: contramineren
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: contraminerend
Past participle - Verleden deelwoord: gecontramineerd

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikcontramineer
jijcontramineert
hijcontramineert
wijcontramineren
julliecontramineren
zijcontramineren

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb gecontramineerd
jijhebt gecontramineerd
hijheeft gecontramineerd
wijhebben gecontramineerd
julliehebben gecontramineerd
zijhebben gecontramineerd

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikcontramineerde
jijcontramineerde
hijcontramineerde
wijcontramineerden
julliecontramineerden
zijcontramineerden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad gecontramineerd
jijhad gecontramineerd
hijhad gecontramineerd
wijhadden gecontramineerd
julliehadden gecontramineerd
zijhadden gecontramineerd

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal contramineren
jijzult contramineren
hijzal contramineren
wijzullen contramineren
julliezullen contramineren
zijzullen contramineren

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal gecontramineerd hebben
jijzult gecontramineerd hebben
hijzal gecontramineerd hebben
wijzullen gecontramineerd hebben
julliezullen gecontramineerd hebben
zijzullen gecontramineerd hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou contramineren
jijzou contramineren
hijzou contramineren
wijzouden contramineren
julliezouden contramineren
zijzouden contramineren

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou gecontramineerd hebben
jijzou gecontramineerd hebben
hijzou gecontramineerd hebben
wijzouden gecontramineerd hebben
julliezouden gecontramineerd hebben
zijzouden gecontramineerd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijcontramineer

Translations

Synonyms & Antonyms

Sample Sentences

Etymology

Additional Information