brossen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of brossen

The word "brossen" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: brossen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: brossend
Past participle - Verleden deelwoord: gebrost

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikbros
jijbrost
hijbrost
wijbrossen
julliebrossen
zijbrossen

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb gebrost
jijhebt gebrost
hijheeft gebrost
wijhebben gebrost
julliehebben gebrost
zijhebben gebrost

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikbroste
jijbroste
hijbroste
wijbrosten
julliebrosten
zijbrosten

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad gebrost
jijhad gebrost
hijhad gebrost
wijhadden gebrost
julliehadden gebrost
zijhadden gebrost

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal brossen
jijzult brossen
hijzal brossen
wijzullen brossen
julliezullen brossen
zijzullen brossen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal gebrost hebben
jijzult gebrost hebben
hijzal gebrost hebben
wijzullen gebrost hebben
julliezullen gebrost hebben
zijzullen gebrost hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou brossen
jijzou brossen
hijzou brossen
wijzouden brossen
julliezouden brossen
zijzouden brossen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou gebrost hebben
jijzou gebrost hebben
hijzou gebrost hebben
wijzouden gebrost hebben
julliezouden gebrost hebben
zijzouden gebrost hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijbros

Translations

Synonyms & Antonyms

Sample Sentences

Etymology

Borrowed from French brosser (“to ditch class”). See: French 'brosser'.

Additional Information