vuisten – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of vuisten

The word "vuisten" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: vuisten
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: vuistend
Past participle - Verleden deelwoord: gevuist

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikvuist
jijvuist
hijvuist
wijvuisten
jullievuisten
zijvuisten

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb gevuist
jijhebt gevuist
hijheeft gevuist
wijhebben gevuist
julliehebben gevuist
zijhebben gevuist

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikvuistte
jijvuistte
hijvuistte
wijvuistten
jullievuistten
zijvuistten

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad gevuist
jijhad gevuist
hijhad gevuist
wijhadden gevuist
julliehadden gevuist
zijhadden gevuist

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal vuisten
jijzult vuisten
hijzal vuisten
wijzullen vuisten
julliezullen vuisten
zijzullen vuisten

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal gevuist hebben
jijzult gevuist hebben
hijzal gevuist hebben
wijzullen gevuist hebben
julliezullen gevuist hebben
zijzullen gevuist hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou vuisten
jijzou vuisten
hijzou vuisten
wijzouden vuisten
julliezouden vuisten
zijzouden vuisten

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou gevuist hebben
jijzou gevuist hebben
hijzou gevuist hebben
wijzouden gevuist hebben
julliezouden gevuist hebben
zijzouden gevuist hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijvuist

Verbs similar to 'vuisten'

Translations

  • fist-fuck, to insert a fist
  • Synonyms & Antonyms

    Sample Sentences

    Etymology

    From vuist + -en.

    Verbs referencing "vuisten"

    English foist.

    Additional Information