verwederen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of verwederen

The word "verwederen" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: verwederen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: verwederend
Past participle - Verleden deelwoord: verwedeerd

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikverwedeer
jijverwedeert
hijverwedeert
wijverwederen
jullieverwederen
zijverwederen

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb verwedeerd
jijhebt verwedeerd
hijheeft verwedeerd
wijhebben verwedeerd
julliehebben verwedeerd
zijhebben verwedeerd

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikverwedeerde
jijverwedeerde
hijverwedeerde
wijverwedeerden
jullieverwedeerden
zijverwedeerden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad verwedeerd
jijhad verwedeerd
hijhad verwedeerd
wijhadden verwedeerd
julliehadden verwedeerd
zijhadden verwedeerd

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal verwederen
jijzult verwederen
hijzal verwederen
wijzullen verwederen
julliezullen verwederen
zijzullen verwederen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal verwedeerd hebben
jijzult verwedeerd hebben
hijzal verwedeerd hebben
wijzullen verwedeerd hebben
julliezullen verwedeerd hebben
zijzullen verwedeerd hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou verwederen
jijzou verwederen
hijzou verwederen
wijzouden verwederen
julliezouden verwederen
zijzouden verwederen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou verwedeerd hebben
jijzou verwedeerd hebben
hijzou verwedeerd hebben
wijzouden verwedeerd hebben
julliezouden verwedeerd hebben
zijzouden verwedeerd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijverwedeer

Verbs similar to 'verwederen'

Translations

Synonyms & Antonyms

Sample Sentences

Etymology

Verbs referencing "verwederen"

English wither.

Additional Information