verten – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of verten

The word "verten" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: verten
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: vertend
Past participle - Verleden deelwoord: vert

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikvert
jijvert
hijvert
wijverten
jullieverten
zijverten

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb vert
jijhebt vert
hijheeft vert
wijhebben vert
julliehebben vert
zijhebben vert

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikvertte
jijvertte
hijvertte
wijvertten
jullievertten
zijvertten

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad vert
jijhad vert
hijhad vert
wijhadden vert
julliehadden vert
zijhadden vert

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal verten
jijzult verten
hijzal verten
wijzullen verten
julliezullen verten
zijzullen verten

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal vert hebben
jijzult vert hebben
hijzal vert hebben
wijzullen vert hebben
julliezullen vert hebben
zijzullen vert hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou verten
jijzou verten
hijzou verten
wijzouden verten
julliezouden verten
zijzouden verten

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou vert hebben
jijzou vert hebben
hijzou vert hebben
wijzouden vert hebben
julliezouden vert hebben
zijzouden vert hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijvert

Verbs similar to 'verten'

Translations

Synonyms & Antonyms

Sample Sentences

Etymology

Verbs referencing "verten"

Luxembourgish fuerzen.

Additional Information