verduren – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of verduren

The word "verduren" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: verduren
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: verdurend
Past participle - Verleden deelwoord: verduurd

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikverduur
jijverduurt
hijverduurt
wijverduren
jullieverduren
zijverduren

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb verduurd
jijhebt verduurd
hijheeft verduurd
wijhebben verduurd
julliehebben verduurd
zijhebben verduurd

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikverduurde
jijverduurde
hijverduurde
wijverduurden
jullieverduurden
zijverduurden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad verduurd
jijhad verduurd
hijhad verduurd
wijhadden verduurd
julliehadden verduurd
zijhadden verduurd

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal verduren
jijzult verduren
hijzal verduren
wijzullen verduren
julliezullen verduren
zijzullen verduren

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal verduurd hebben
jijzult verduurd hebben
hijzal verduurd hebben
wijzullen verduurd hebben
julliezullen verduurd hebben
zijzullen verduurd hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou verduren
jijzou verduren
hijzou verduren
wijzouden verduren
julliezouden verduren
zijzouden verduren

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou verduurd hebben
jijzou verduurd hebben
hijzou verduurd hebben
wijzouden verduurd hebben
julliezouden verduurd hebben
zijzouden verduurd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijverduur

Verbs similar to 'verduren'

Translations

Synonyms & Antonyms

Sample Sentences

Etymology

From ver- + duren.

Additional Information