uiteenbarsten – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of uiteenbarsten

The word "uiteenbarsten" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: uiteenbarsten
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: uiteenbarstend
Past participle - Verleden deelwoord: uiteengebarst

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikbarst uiteen
jijbarst uiteen
hijbarst uiteen
wijbarsten uiteen
julliebarsten uiteen
zijbarsten uiteen

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb uiteengebarst
jijhebt uiteengebarst
hijheeft uiteengebarst
wijhebben uiteengebarst
julliehebben uiteengebarst
zijhebben uiteengebarst

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikbarstte uiteen
jijbarstte uiteen
hijbarstte uiteen
wijbarstten uiteen
julliebarstten uiteen
zijbarstten uiteen

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad uiteengebarst
jijhad uiteengebarst
hijhad uiteengebarst
wijhadden uiteengebarst
julliehadden uiteengebarst
zijhadden uiteengebarst

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal uiteenbarsten
jijzult uiteenbarsten
hijzal uiteenbarsten
wijzullen uiteenbarsten
julliezullen uiteenbarsten
zijzullen uiteenbarsten

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal uiteengebarst hebben
jijzult uiteengebarst hebben
hijzal uiteengebarst hebben
wijzullen uiteengebarst hebben
julliezullen uiteengebarst hebben
zijzullen uiteengebarst hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou uiteenbarsten
jijzou uiteenbarsten
hijzou uiteenbarsten
wijzouden uiteenbarsten
julliezouden uiteenbarsten
zijzouden uiteenbarsten

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou uiteengebarst hebben
jijzou uiteengebarst hebben
hijzou uiteengebarst hebben
wijzouden uiteengebarst hebben
julliezouden uiteengebarst hebben
zijzouden uiteengebarst hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijbarst uiteen

Verbs conjugated like 'uiteenbarsten'

aankorsten, aanristen, aanroesten, aantasten, achten, afkwasten, afmesten, afristen, aftasten, afwachten, begroeten, belasten, bemesten, berichten, berusten, betasten, betwisten, boeten, feesten, fusten, etc. (List truncated at 20 verbs)

Verbs similar to 'uiteenbarsten'

Translations

Synonyms & Antonyms

Sample Sentences

Etymology

Additional Information