touteren – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of touteren

The word "touteren" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: touteren
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: touterend
Past participle - Verleden deelwoord: getouteerd

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

iktouteer
jijtouteert
hijtouteert
wijtouteren
jullietouteren
zijtouteren

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb getouteerd
jijhebt getouteerd
hijheeft getouteerd
wijhebben getouteerd
julliehebben getouteerd
zijhebben getouteerd

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

iktouteerde
jijtouteerde
hijtouteerde
wijtouteerden
jullietouteerden
zijtouteerden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad getouteerd
jijhad getouteerd
hijhad getouteerd
wijhadden getouteerd
julliehadden getouteerd
zijhadden getouteerd

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal touteren
jijzult touteren
hijzal touteren
wijzullen touteren
julliezullen touteren
zijzullen touteren

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal getouteerd hebben
jijzult getouteerd hebben
hijzal getouteerd hebben
wijzullen getouteerd hebben
julliezullen getouteerd hebben
zijzullen getouteerd hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou touteren
jijzou touteren
hijzou touteren
wijzouden touteren
julliezouden touteren
zijzouden touteren

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou getouteerd hebben
jijzou getouteerd hebben
hijzou getouteerd hebben
wijzouden getouteerd hebben
julliezouden getouteerd hebben
zijzouden getouteerd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijtouteer

Verbs similar to 'touteren'

Translations

Synonyms & Antonyms

Sample Sentences

Etymology

First attested in the early sixteenth century and thus not attested in Middle Dutch and Old Dutch, but ultimately inherited from Proto-Germanic *taltrōną; compare Old English tealtrian. The shift from -alt- to -out- is the result of Middle Dutch L-vocalization. See: Old English 'tealtrian'.

Verbs referencing "touteren"

English totter, English tilt, German, old spelling tattern, Old English tealtrian.

Additional Information